Regels

Bloemcampregels

We zorgen samen voor een gezellige school! 

  • Iedereen kan en mag zichzelf zijn
  • We luisteren naar elkaar
  • Kijk en luister naar en voel mee met een ander
  • We zijn netjes op onze en andermans spullen
  • We houden ons allemaal aan de regels

Schoolpleinregels

De volgende regels gelden op het schoolplein:
De bestaande schoolregels (5) zijn ook op het schoolplein van toepassing.

  • Er moet rekening met elkaar worden gehouden en samen spelen betekent ook samen delen.
  • De leerlingen mogen niet schelden, schoppen of slaan.
  • Er mag niet met stokken worden gespeeld of in bomen worden geklommen.
  • Leerlingen zijn beleefd tegen elkaar en tegen de overblijfouders (Ga geen eindeloze discussie aan, zet de leerling bij ongewenst gedrag even apart of stuur hem naar binnen. Draag wanneer het mis dreigt te gaan, een kind op tijd over aan de leerkracht.)
  • Speelgoed moet gebruikt worden waarvoor het bedoeld is. Een springtouw is geen lasso, stoepkrijt is alleen voor de stoep (grond).
  • De leerlingen moeten respect hebben voor de speelomgeving. Ze moeten zuinig zijn op het speelmateriaal, geen takken afbreken of dingen kapot maken.
  • Tijdens de overblijfpauze mag er niet gespeeld worden met eigen speelgoed, zoals ballen, skeelers, skateboards e.d.
  • Leraren bepalen of de jassen aan blijven of uit mogen tijdens de pauze.
  • De kinderen mogen niet tussen de fietsen spelen.
Regels voor het vervoer van leerlingen
Kind voorin of achterin de auto
Kinderen mogen zowel voorin als achterin de auto worden vervoerd. Dit maakt voor de veiligheid weinig verschil. Wel is het veiliger kinderen (baby’s) zo lang mogelijk tegen de rijrichting in te vervoeren.
Definitie autokinderzitje
Een autokinderzitje is een babyautostoeltje, een kinderautostoeltje of een zittingverhoger. Een autokinderzitje moet goedgekeurd zijn volgens Europese veiligheidseisen.

Airbag en vervoer kind
Op een zitplaats met een airbag ervoor mag u een kind niet vervoeren in een babyautostoeltje dat tegen de rijrichting is geplaatst. Dit mag alleen als de airbag is uitgeschakeld. Daarnaast is het verstandig kinderen tot 12 jaar niet bij een ingeschakelde airbag te zetten. Kan het niet anders, zet dan de autostoel zo ver mogelijk naar achteren.
 
Gordels en kinderzitjes goed gebruiken
Het is verplicht de autogordels en autokinderzitjes te gebruiken op de door de fabrikant voorgeschreven manier. Zo zijn ze ook getest. Gebruiktips voor gordel en kinderzitjes vindt u in de brochure Veilig vervoer van kinderen in de auto.
 
Gordelverlenger niet toegestaan bij kinderzitje
Het gebruik van een gordelverlenger bij een autokinderzitje is niet toegestaan, omdat er geen zicht is op de kwaliteit ervan. Is de gordel te kort, dan moet u een andere goedgekeurde autogordel laten monteren.
 
Beperkt gebruik aparte gordelgeleider
Een gordelgeleider (gordelclip) zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel over de schouder loopt en niet over de hals. Een gordelgeleider maakt vaak deel uit van een zittingverhoger. Er zijn ook aparte gordelgeleiders te koop. Een aparte gordelgeleider mag alleen gebruikt worden door:
kinderen kleiner dan 1,50 meter waarvoor geen zittingverhoger is omdat ze er te zwaar voor zijn (36 kilo of zwaarder);
volwassenen die kleiner zijn dan 1,50 meter.
In alle andere gevallen is het gebruik van een aparte gordelgeleider verboden. Ook mag een aparte gordelgeleider alleen aan het diagonale deel van de autogordel zijn bevestigd. Een gordelgeleider die het heupdeel met het diagonale deel verbindt, is dus altijd verboden.

De rijdende ouders zijn aansprakelijk bij het niet juist vervoeren van de kinderen. Het verdient de voorkeur de kinderen in passende autozitjes te vervoeren. U kunt hiervoor de ouders van de kinderen vragen het eigen zitje op de ochtend voor het uitstapje naar school mee te geven.

Een oppas mag slechts dan rijden, indien hij/zij twee jaar of langer rij-ervaring in Nederland heeft.

Bovendien hoort er per auto een mobiele telefoon mee te gaan, waarvan het nummer op school bekend is.

Wanneer er sprake is van een weeralarm vindt er geen vervoer van leerlingen plaats naar een activiteit.